Noordzeegarnaal

Naast maatjesharing en Zeeuwse mosselen heeft de Nederlandse visserij nog een uitgesproken specialiteit in huis: de Hollandse garnaal. Officieel wordt deze garnaal de Noordzeegarnaal of grijze garnaal genoemd. In het Latijn aangeduid met de naam 'Crangon crangon'. De Noordzeegarnaal behoort tot de familie van de Crangonidae, oftewel de zandgarnalen. Een familie van vrij kleine, tamelijk somber gekleurde garnalen uit koude tot gematigde streken van in hoofdzaak het Noordelijke halfrond. Wereldwijd zijn er ongeveer 1.950 verschillende garnalenfamilies te onderscheiden, waarvan er 300 ten behoeve van de consumptie geëxploiteerd worden. De Noordzeegarnaal wordt vooral in Noordwest-Europa intensief bevist en met een jaarlijkse aanvoer van 25 tot 35.000 ton behoort hij tot de top tien van de commercieel belangrijkste garnaalsoorten. De gemiddelde lengte van de Noordzeegarnalen is 5 tot 7 centimeter; ze hebben een doorschijnend lichaam, grijsbruin van kleur. De garnalen kunnen drie jaar oud worden.

Noordzeegarnalen verschillen niet alleen in kleur en grootte van de andere soorten die in de viswinkel worden aangeboden. Er is ook een duidelijk verschil in smaak en prijs. De smaak van de buitenlandse 'roze' garnalen is minder uitgesproken. Door hun kleine formaat zijn de Noordzeegarnalen moeilijk te pellen. Het intensieve pelwerk heeft uiteraard invloed op de prijs.

De Noordzeegarnaal wordt vooral aangetroffen op zand en zandslikbodems, in ondiepe kustwateren. Voor Nederland zijn de Waddenzee en de Zeeuwse kustwateren de belangrijkste vangstgebieden. 's Zomers dichtbij de kust, waar de zon het water op temperatuur heeft gebracht. In de wintermaanden verder de zee in, in gebieden die nog niet zijn afgekoeld. Overdag graaft de garnaal zich in, alleen de ogen en antennes steken uit het zand. 's Nachts krijgen ze een donkere schutkleur en gaan ze op zoek naar voedsel (algen, slakjes en allerlei plantaardig voedsel). Garnalen worden het hele jaar door gevangen, met duidelijke pieken in april/mei en in de herfstmaanden.

De visserij op Noordzeegarnaal gebeurt met kotters die zijn uitgerust met zogenaamde boomkornetten; netten die naast de kotter worden voortgesleept. Aan boord worden de garnalen direct gewassen, gekookt en gekoeld. Een garnalenkotter is altijd gemakkelijk te herkennen aan de grote kookpot op het dek. Bij aankomst op de afslag worden de garnalen gekeurd, gezeefd, gewogen en direct via de klok geveild. Vervolgens gaan de garnalen naar de pelateliers of pelmachines. Het pelproces is bewerkelijk. De Hollandse garnaal is klein en daarom heel moeilijk machinaal te pellen. Het handmatig pellen is daarentegen in ons land, vanwege de hoge loonkosten, veel te kostbaar. Slechts op bescheiden schaal worden hier in pelateliers garnalen handmatig gepeld. De Nederlandse garnalensector heeft daarom in lage loonlanden, zoals Polen en Marokko pelateliers opgezet. Hier worden de garnalen volgens de strenge Nederlandse normen gepeld.